Algemeen

Wat heeft u allemaal nodig:

Bij ons gebruiken we een leren lijn en halsband of slipketting. Over de slipkettingen gaan heel veel wilde verhalen de ronde. Wij zijn het met veel van deze verhalen niet eens. Allereerst moeten we opmerken dat voor alle hulpmiddelen, dus ook de halsband, gesteld kan worden dat ze alleen goed zijn als ze juist gebruikt worden. Onkunde is dus meestal de oorzaak van verkeerd gebruik en dus verkeerde effecten. Een halsband zit vaak te strak omdat hij anders zomaar van de nek af kan schieten. Gentle Leaders welke hondvriendelijk zouden moeten zijn worden vaak met te veel kracht gebruikt. Kortom hoe u het hulpmiddel gebruikt bepaald het effect.

 

Wij gebruiken dus een leren lijn. Niet een (dubbele) dresseurlijn en ook geen lijn met popnagels er in. U kunt het beste wachten met kopen van een slipketting en lijn tot na de eerste les. De instructeur kan u dan goed adviseren welke lijn en slipketting of halsband de juiste voor u en uw hond is.

 

Verder heeft u ook een speeltje nodig. Als u een pup heeft dan moet het speeltje vooral zacht zijn. Verder is het handig als het speeltje zo lang is dat het voor de hond hangt zonder dat u hoeft te bukken. Een lange sok met daarin een prop van een sok is een goed voorbeeld. Is uw hond volwassen dan is een bal aan een touw ook goed. Verder bestaan er ook juten rolletjes waar alle honden graag mee spelen. Ook hier kan uw instructeur u in de eerste les weer prima in adviseren.

 

 

 

Algemene opmerkingen voor alle trainingen:

 

1 - GEEF UW HOND/PUP GEEN ETEN VLAK VOOR DE TRAINING

 

In verband met de spijsvertering van de hond moet uw hond minimaal 4 uur van te voren niet meer gegeten hebben, dus als u ’s morgens traint geeft u de hond pas na de training de eerste maaltijd van de dag en als u ’s avonds traint om 19.00 uur, mag de hond niet meer een maaltijd eten na 15.00 uur.

Honden zijn van oorsprong onregelmatige eters (jagers eten pas als ze een prooi gevangen hebben en eten dan meteen voor een paar dagen): uw hond mag dus best een maaltijd overslaan als er geen sprake is van een medische reden.

Als u traint met voer, houdt u dan rekening met de hoeveelheid die u uw hond tijdens de training geeft en pas de maaltijd van uw hond hierop aan.

 

2 - DRINKBAK

 

Neem voor uw hond een drinkbak mee. Als het warm weer is en/of uw hond heeft hard getraind, is het verstandig om uw hond tussendoor water te laten drinken. Om verspreiding van eventuele ziektes te voorkomen, raden wij aan om uw hond alleen uit zijn eigen drinkbak te laten drinken.

U kunt de drinkbak met water vullen op de club.

 

Wat is een roedelleider?

U bent als baas van de hond de roedelleider, of u wilt of niet. De roedel kan pas in harmonie zijn als u vanzelfsprekend de baas bent en blijft. De baas verdient zijn strepen door zijn eigen houding en gedrag: eerlijk en consequent. Hij dwingt respect af. Hij is automatisch de leider. De roedelleider hoeft alleen maar even zijn stem te verheffen als iets hem niet zint (in hondentaal: u gromt, u zet uw haren overeind). Als roedelleider maakt u geen ruzie: u lost ruzie in uw roedel op door rustig en met gezag de orde te herstellen. U hoeft niet te schreeuwen, dat maakt u alleen maar zwak. U bepaalt ook de hiërarchie in de roedel: alle mensen in de omgeving van de hond staan boven de hond. Uw hond zal instinctief proberen om een trapje hoger te komen in de roedel. Maar de hond blijft onderaan op de ladder: nu en voortaan altijd in zijn hondenleven! Dat is honds: eerlijk en betrouwbaar. Om met mensentaal te spreken: hoe beter uw hond zijn plaats in de roedel kent, hoe beter hij functioneert en hoe lekkerder hij in zijn vel zit. En hoe meer u dus met uw hond kunt bereiken.

 

Als de hond u als leider ziet, dan zal hij:

  1. uw instructies opvolgen
  2. zijn best doen om u te begrijpen
  3. hard werken om uw respect te winnen

 

Als de hond boven u staat:

  1. de hond trekt aan de riem        
  2. blaft onophoudelijk, ook tegen u
  3. bespringt u als u het huis binnenloopt
  4. loopt u in de weg en gaat niet aan de kant
  5. vertoont moeilijk, agressief en/of dominant gedrag

Het is nu de hoogste tijd voor u om de leiding in de roedel te hernemen.

 

Lichaamstaal van de hond

Uw hond zal met lichaamstaal aangeven hoe hij een bepaalde situatie ervaart en door deze lichaamstaal te kennen, kunt u beoordelen hoe uw hond zich voelt. We onderscheiden daarin stress- en oversprongsignalen. U zult deze signalen tijdens de trainingen ook tegenkomen.

 

Stress signalen:

Met lichaamstaal geeft de hond aan dat hij stress heeft. U kunt dat aan de volgende signalen herkennen:

  1.  Hijgen                                                                                              
  2.  Slikken                                                                                             
  3.  Speekselen                                                                                    
  4.  Tongelen (puntje van de tong)                                             
  5.  Likken                                                                                              
  6.  Trillen
  7.  Pootje heffen (tenen naar achter)
  8.  Hoge geluiden maken
  9.  Niezen
  10.  Uitschudden

 

Stress op zich is niet erg, maar het mag niet te lang duren en het mag niet chronisch zijn. Negeer dit gedrag, kalmeer uw hond als het te lang duurt en let erop dat uw opdrachten duidelijk en helder zijn en dat uw gesproken taal overeenkomt met uw lichaamstaal. Met een lieve stem foei fluisteren is een beloning en geen bestraffing. Het zal uw hond slechts in verwarring brengen.

 

Oversprongsignalen:

Oversprongsignalen zijn een teken van uitgesteld gedrag: uw hond hoort u wel maar vertoont eigen gedrag waardoor hij het door u gewenste gedrag uitstelt.

U geeft een commando maar de hond vertoont eerst:

  • Krabben
  • Gapen
  • Rollen
  • Snuffelen
  • Uitrekken

Voorbeeld: U roept “hier” maar de hond krabt zich eerst voordat hij komt.

 

Overspronggedrag is een voorloper van een dominantie probleem. Observeer uw hond goed om te kunnen beoordelen of dit gedrag inderdaad een rangordeprobleem is. Veel overspronggedrag is leeftijdsgebonden (puberteit) en gaat dus ook weer vanzelf over maar als het dominant gedrag is of wordt, dan moet u ook hier weer actief de leiding in de roedel overnemen.

2017 GHSV Harderwijk